lezen Wij

Albino’s: Witte slachtoffers van zwarte magie

Bekijk Sluit

lezen Wij

Albino’s in Tanzania lopen hun leven lang het gevaar te worden vermoord of verminkt. Met vallen en opstaan proberen ze toch een bestaan op te bouwen.

Datum
Auteur
Martyna Wojciechowska
Fotograaf
Marek Arcimowicz

De zon is de ergste vijand voor albino’s. Maar hier, in de omgeving van het Victoriameer, komt de grootste bedreiging in het donker. 

In de reportage ‘Fear and Loathing: Albino Africans in Survival in Tanzania’ bezoeken journalisten van Russia Today het opvangcentrum voor albinokinderen. Ook Josephat Torner, die voor de Tanzania Albinism Society voorlichting geeft over albinimse, komt aan het woord.
 Het was rond elf uur ’s avonds. In het pikkedonker bonkten drie mannen op de deur van het huis. Even later ramden ze de deur in met een groot stuk steen. “Ze riepen dat ze geld wilden. Mijn moeder antwoordde huilend dat we niets hadden. Toen begonnen ze ons te slaan.” Kabula vertelt het verhaal zo rustig dat het lijkt alsof het niet over haar gaat.

“Ze pakten mijn dochter vast”, vervolgt haar moeder Lemi, die ondertussen de plooien in haar kleurige rok gladstrijkt. “Ze sleurden haar mee naar de andere kamer, gooiden haar op bed en legden haar arm op een stuk hout. Daarna hoorde ik een kapmes drie keer door de lucht zwaaien. Ze hakten haar arm eraf.” “En toen ben ik buiten bewustzijn geraakt”, zegt Kabula met zachte stem. Ze wendt haar hoofd af en tuurt naar buiten.

De stomp van Kabula’s rechterarm bloedde zo erg dat haar belagers zeiden dat Lemi de wond moest stelpen met petroleum. Anders zou het meisje doodgaan en dat was niet de bedoeling. Omdat in Tanzania op de moord op een albino, net als op elke andere moord, de doodstraf staat, moest het slachtoffer in leven blijven. Het duurde een eeuwigheid eer een van de mannen met petroleum terugkwam, de wond provisorisch was verbonden en het bloeden was opgehouden. “Ik ga dood, mama”, fluisterde Kabula tegen haar moeder. “Ik ga dood.” En dat zou ook zeker zijn gebeurd als andere buren niet hadden geholpen om haar naar het ziekenhuis te brengen. Ze droegen Kabula, die door de pijn bewusteloos was geraakt, naar de grote weg, een paar kilometer buiten het dorp. Een paar uur later werd ze vanaf daar met een auto naar het hospitaal vervoerd.

Sinds de aanval woont Kabula (nu 17) in een beveiligde instelling. Ze is erg op haar hoede voor mensen die ze niet kent. Via de instelling gaat ze nu voor het eerst naar school. Ze wil later advocaat worden; ze wil opkomen voor albino’s en anderen die zichzelf niet kunnen beschermen.

Dat was vijf jaar geleden. Kabula, nu 17, is nog altijd kwaad op de mensen die haar blijvend invalide hebben gemaakt. Maar omdat de Bijbel zegt dat je zondaars moet vergeven, probeert ze zich in haar lot te schikken. Er zijn zeven verdachten aangehouden in verband met de aanval die Kabula haar arm kostte, onder wie een van haar buren, maar tot nog toe is er niemand veroordeeld.

Zone des doods

Er is geen gewoon woord voor albino’s in het Swahili. Ze worden wel valangala, embulamwela of mbilimelo genoemd: duivel, witte hond of witte geit. Maar meestal wordt een term gebruikt die nog veel kwetsender is: zeru zeru, spookmens. Veel Tanzanianen geloven dat albino’s bijzondere krachten hebben en dat er toverdrankjes en amuletten van hun lichaamsdelen kunnen worden gemaakt. Volgens een rapport van de organisatie Under the Same Sun, die dit soort misdrijven bestrijdt, zijn er de laatste vijftien jaar in 23 Afrikaanse landen al zeker driehonderd aanvallen gepleegd op mensen met albinisme.

Het volksgeloof wil dat albino’s door een duivel bij hun moeder zijn verwekt, en dat ze sterven maar niet verdwijnen: in het Swahili worden ze daarom zeru zeru genoemd, spookmensen.

Het probleem is het grootst in Tanzania, in de omgeving van het Victoriameer, in arme regio’s als Mwanza, Shinyaga en Mara. Hier wonen overwegend Sukuma, een volk van een kleine dertig miljoen mensen die vooral bestaan van landbouw, mijnbouw en visserij. Het opleidingsniveau ligt erg laag; bijgeloof en traditionele geloofsovertuigingen zijn diep in de cultuur verankerd. Sjamanen staan in Afrika van oudsher in hoog aanzien. Hun kennis en vaardigheden worden zelden in twijfel getrokken. Zelfs rijke, hoogopgeleide Afrikanen kloppen bij hen aan. “Mensen gaan naar de toverdokter om het beter te krijgen”, zegt Al-Shymaa Kway-Geer, die als eerste albino-parlementslid ooit de stem van de albino’s in het Tanzaniaanse landsbestuur vertegenwoordigt. En zo’n sjamaan zegt dan dat ze terug moeten komen met vingers, haar, botten of andere lichaamsdelen van een albino, vertelt ze.

Vijf jaar heb ik moeten zoeken naar mensen die me wilden vertellen hoe albino’s leven in deze zone des doods en hoe de illegale handel in lichaamsdelen van albino’s in elkaar steekt. Ik neem poolshoogte op de markt van Mwanza, de grootste havenstad aan de oever van het Victoriameer. Er wonen bijna een miljoen mensen, van wie de meesten doelloos door de straten lijken te zwerven, maar op de markt schijnt iedereen precies te weten wat hij wil. Blanken zijn nergens te bekennen. Ik struin langs de stalletjes met groenten, fruit en goedkope kleren, en ontdek al snel een kraam met kruiden. De verkoper bezweert me dat hij geen toverdrankjes heeft en legt me uit waar ik dan wel moet zijn. Zo kom ik bij een stalletje waar Afrikaanse discomuziek uit de luidsprekers schalt en waar een collectie brouwsels in potjes staat uitgestald. In een van de potjes zit zwart poeder, dat wordt aangeprezen als een middel tegen slangenbeten: aanlengen met water en opdrinken. Ernaast staat leeuwenvet, dat bescherming moet bieden tegen allerlei ziekten. “Wat u vraagt heb ik niet, maar daar kan ik wel aankomen. Ik ken de juiste mensen”, zegt de verkoper. Het meest gewilde artikel, vertelt hij, is het hoofd van een albino, omdat dat geweldig aas is bij het vissen. Voor een overvloedige vangst hoef je alleen maar het hoofd in het water onder te dompelen op de plek waar je je netten wil uitslaan. Hij kent mensen die vijduizend euro overhebben voor de arm van een albino. “Zulke bedragen bieden ze mij”, zegt hij – niet met afgrijzen, maar juist vol trots en zonder een spoortje gêne.

Ik heb een verborgen camera en een microfoontje bij me, maar desondanks kan ik niet veel met deze informatie beginnen. Ik heb harde bewijzen nodig, en zelfs als ik die in handen krijg, is de kans klein dat de schuldigen worden gestraft. Negen van de tien keer gaan de daders in dit soort zaken vrijuit. Ledematen of geslachtsdelen van een albino brengen op dit moment meer op dan ivoor; voor een “set lichaamsdelen” is al  65.000 euro neergeteld. Ter vergelijking: het jaarbudget van de Tanzania Albinism Society (TAS), dat de zeventienduizend albino’s in het land probeert te beschermen, is net veertienduizend euro.

Met gevaar voor eigen leven trekt Josephat Torner (32) het land door om voorlichting te geven aan Tanzaniaanse jongeren.

“De verleiding van het snelle geld is zo groot dat we voortdurend in angst leven”, vertelt Josephat Torner van de TAS, zelf ook een albino. “Iedereen kan je vijand blijken: een vriend, een familielid, een kennis.” Hij leidt dan ook een onrustig bestaan met zijn vrouw en kinderen. Zo bezoekt hij zijn familie alleen ’s avonds en altijd onaangekondigd, om te voorkomen dat iemand hem verraadt en hij het slachtoffer wordt van albinojagers.

De handdieven

Albinisme wordt veroorzaakt door een zeldzame mutatie die de aanmaak van melanine blokkeert. Gemiddeld komt de afwijking bij een op de vijftienduizend mensen voor, maar in Tanzania tien keer zo vaak. Hoe dat komt?

Over die vraag verschillen de geleerden van mening, maar waarschijnlijk is het gemuteerde gen hier ontstaan en kan het zich snel verspreiden doordat albino’s vaak onderling relaties aangaan. Ze hebben echter maar weinig tijd van leven: in Tanzania is hun gemiddelde levensverwachting dertig jaar. Het tekort aan melanine, de kleurstof die een natuurlijke bescherming vormt tegen UV-straling, kan leiden tot blindheid, huidverbranding en allerlei andere aandoeningen die in het droge, hete Afrikaanse klimaat op de loer liggen, van zweren tot huidkanker. Om die reden blijven albino’s meestal uit de zon en gaan ze pas naar buiten als het donker is. Alleen zijn albino’s dan juist het kwetsbaarst, omdat de meeste aanvallen ’s avonds en ’s nachts plaatsvinden. Zoals bij Kabula, maar haar verhaal is lang niet het enige.

Bij Mariam Stanford (28) bijvoorbeeld gebeurde het in het holst van de nacht. Ze was zwanger en smeekte haar belagers om haar niets te doen. Ze beloofden haar dat ze maar één arm zouden afhakken als ze geen kik zou geven. Mariam was zo bang dat ze dat uit alle macht probeerde, maar toen haar arm eraf ging, gilde ze het uit. Dat kostte haar ook haar andere arm. De daders stopten haar armen in een plastic zak en gingen ervandoor.

Vumilia Makoye (17) werd bijna vermoord. Albinojagers sleurden haar het huis uit en hakten haar beide benen af. Een andere jager ging zelfs nog verder; hij werd betrapt toen hij een kinderhoofdje naar Burundi probeerde te smokkelen. Hij had al een afnemer gevonden die hem een bedrag zou betalen dat afhankelijk was van het gewicht: hoe lichter en kleiner het ‘product’, hoe meer hij zou krijgen. Een paar dagen na dit incident verscheen in de krant Daily News een bericht over een visser die zijn vrouw aan een moordenaarsbende had verkocht. En een onderwijzer uit een dorp bij Arusha doodde zijn eigen zoon. Dankzij tips vond de politie het onthoofde lichaam van de jongen. Al deze slachtoffers hadden één ding gemeen: ze waren allemaal albino.

Masalu (20) is doof en blind. Ze werd door vijf mannen verkracht – Tanzanianen denken dat je door seks te hebben met een albinovrouw van allerlei ziekten kunt genezen, zelfs van aids.

De laatste officieel geregistreerde aanval op een albino voor mijn komst vond plaats in het dorp Mbwaubinga, in het noorden van Tanzania. Daar woonden tot voor kort een albinobroer en -zus, maar de broer was naar het nabijgelegen stadje Kahama verhuisd, waar hij zich veiliger voelde. De zus, Mungu Lugata, was gebleven. “Hier hoor ik thuis, ik laat me niet bang maken”, zei ze tegen iedereen het horen wilde. Dat besluit werd haar noodlottig. “We realiseerden ons niet dat ze in gevaar was”, vertelt het dorpshoofd, Sayi Matongo, die haar vond, ontkleed en verminkt, op 12 mei 2014. Niets wees erop dat er in haar huis was ingebroken. Uit de lijkschouwing bleek dat ze was doodgebloed nadat er een arm en een been waren afgehakt. De politie wil niet op deze zaak ingaan, maar schijnt ervan uit te gaan dat de man van het slachtoffer in het complot zat. Charles Mkumbo, de korpschef van de regio Simiyu, wil alleen kwijt dat aanvallen op albino’s tien jaar geleden nog landelijk werden geregistreerd maar dat het probleem inmiddels door een voorlichtingscampagne de wereld uit is geholpen. Dat kan ik maar moeilijk geloven als ik naar het graf van Mungu Lugata sta te kijken. Het ziet eruit als een laag heuveltje, en overdag zit Mungu’s dochtertje, dat door haar tante wordt opgevoed, hier vaak te spelen. Maar van binnen is het versterkt met gewapend beton, want de lichamen van albino’s zijn ook in hun graf niet veilig voor dieven.

Zogenaamde successen

De afgelopen tien jaar zouden 78 albino’s zijn gedood, maar het werkelijke cijfer ligt twee of drie keer zo hoog, zegt Torner. Veel moorden en verminkingen belanden in de doofpot, zonder dat er aangifte wordt gedaan. Veel baby’s met een witte huid worden al snel na hun geboorte gedood, en volwassenen worden vaak in hun eigen huizen vermoord, door familie of buren. 

“Dit kan allemaal zo doorgaan omdat we niet weten wie er achter de handel zit”, zegt Torner. “Als een arm een paar duizend euro kost, wie kan dat dan betalen?” Het moeten wel de rijken of politici zijn, want alleen zij hebben er het geld voor. De vraag naar albino-lichamen schijnt in de aanloop naar verkiezingen toe te nemen. Volgens Torner zijn Afrikaanse politici tot alles in staat om aan de macht te komen en te blijven.

De Tanzaniaanse overheid slaagt er niet in de aanvallen te voorkomen. Alleen kinderen krijgen bescherming: ze worden naar kostscholen gestuurd. Daar zitten ze veilig achter hoge muren met prikkeldraad, bewaakt door gewapende mannen. Albino’s worden dus niet alleen gediscrimineerd, ze zijn ook nog gedoemd tot een leven in eenzaamheid en afzondering. Volgens Torner worden de kinderen gedwongen in kampen te leven. “Dat is puur racisme”, vindt hij.

Zo ging het ook met Kabula na de aanval. Zij werd in een instelling geplaatst in de regio Shinyanga, zo’n honderd kilometer ten zuiden van haar geboorteplaats in Mwanza. Het was oorspronkelijk een tehuis voor dove en blinde kinderen, maar na verloop van tijd werden er steeds meer albinokinderen geplaatst. Daarvan zitten er nu al 241, en er komen dagelijks nieuwe albino’s bij.

De meeste albino’s hebben gezichtsproblemen en gaan niet naar school, tenzij ze op het Buhangija-instituut zitten. Meestal brengen hun ouders ze naar een tehuis; kans op werk hebben ze niet.

Het gebouw ligt achter een metalen hek. Een paar kleine kinderen steken hun hoofd tussen de spijlen door om nog iets van de buitenwereld te zien. Ze spelen met plastic flessen en kopjes in plaats van speelgoed. Andere kinderen rapen flessendoppen op van de grond, trekken met hun vingers lijnen in het zand of lopen gewoon maar wat rond over het terrein. Van de drie schommels zijn alleen de afgebroken palen nog over. De draaimolen wordt ook niet meer gebruikt; met zoveel kinderen is het moeilijk toezicht te houden. Veel kinderen zitten ergens in hun eentje, diep in gedachten verzonken. 

Hier zie ik Kabula voor het eerst, tussen de andere kinderen. Ze trekt meteen mijn aandacht; zij is van alle kinderen het meest beducht voor buitenstaanders. Ook valt mijn oog al snel op Johann (foto hieronder), een tienerjongen die mijn fotograaf en ik ‘Ooievaar’ noemen vanwege zijn dunne benen en de rare bewegingen die hij de hele tijd maakt. Pas later hoor ik dat hij doofstom is, en dat zijn familie zich schaamt voor zijn handicap en zijn witte huid. Hij heeft elf jaar lang bij de koeien in de stal opgesloten gezeten. Toen hij hier in het Buhangija-instituut kwam, kon hij niet eens lopen.

Johann (17).

Niemand trekt zich iets aan van de levensgevaarlijke zon. De meeste dagactiviteiten worden buiten gehouden, vanaf de vroege ochtend. De muffe, donkere zalen achter de gesloten luiken worden alleen gebruikt om te slapen. Vanwege ruimte- en geldgebrek dragen de kinderen elkaars kleren, waardoor besmettelijke ziektes makkelijk om zich heen grijpen. Alle kinderen krijgen luizen en ringworm. Ook komt er veel huidkanker voor. “Vorig jaar zijn er zeven kinderen aan kanker overleden”, vertelt een arts van een nabijgelegen ziekenhuis, die eens in de drie maanden langskomt. Het pigmentgebrek leidt ook tot allerlei oogproblemen. Dat is een van de redenen dat albino’s moeilijk leren en vrijwel nooit naar gewone openbare scholen gaan. Vaak wordt gedacht dat ze ook geestelijk gestoord zijn. Buhangija is praktisch de enige plek waar ze onderwijs krijgen. De kleinste kinderen krijgen les op het instituut, de oudere gaan naar scholen in de omgeving.

Er zijn maar vier verzorgers op honderd kinderen, dus zelfs de allerkleinsten moeten voor zichzelf zorgen.

Boven en onder: leven in het opvangkamp.

Bij gebrek aan natuurlijke bescherming tegen de zon moeten albino’s altijd een hoed op en hun armen bedekken met lange mouwen.

De kinderen moeten grotendeels voor zichzelf zorgen – er zijn maar vier fulltime verzorgers in dienst. “Toen ik hier net zat, kon ik niets. Ik moest steeds door andere kinderen geholpen worden, bijvoorbeeld met kleren wassen”, vertelt Kabula. Dat vond ze heel vervelend. Ze is sinds de aanval niet meer thuis geweest, en ze heeft maar twee keer bezoek gehad van haar moeder. “Toen ik klein was, vroeg ik aan mijn moeder waarom ik zo anders was dan andere mensen, maar daar kreeg ik geen antwoord op, dus toen heb ik het aan mijn oma gevraagd. Die zei dat God me zo had gemaakt, en dat we niet mogen twijfelen aan Gods wijsheid.” Kabula’s moeder heeft geen moeite met haar aandoening, zegt ze. Haar vader is een ander verhaal. “Ik kan drie redenen bedenken waarom hij me niet opzoekt”, zegt Kabula. “Eén: hij houdt niet van me. Twee: hij weet niet hoe hij hier moet komen. En drie: hij heeft iets met de aanval op mij te maken gehad.”

Kabula heeft een flinterdunne huid; elk adertje eronder is zichtbaar, en elke emotie. Ze heeft rusteloze ogen, zoals je vaak ziet bij albino’s. Maar al snel klaart haar gezicht op en lacht ze weer. Ze is vroeger nooit naar school geweest en zegt dat haar leven erop vooruit is gegaan sinds de aanval, omdat ze nu tenminste iets leert. Ze kan op eigen benen staan en is vastbesloten iets van haar leven te maken. Ze wil later advocaat worden, zodat ze albino’s en andere mensen die gediscrimineerd worden kan helpen. Ze wil mensen opkomen voor mensen die zichzelf niet kunnen beschermen.

Voltallig gezin te koop

Volgens cijfers van het Rode Kruis zijn er sinds 2007 minstens tienduizend albino’s uit Tanzania, Burundi en Kenia hun huis ontvlucht. De meesten houden zich schuil in de bossen of zijn naar de steden getrokken, waar het bijgeloof minder sterk is. Charles en Fantom Kulwa, een echtpaar, zijn allebei albino. Ze wonen nu in een kamertje in een klein huis in de buurt van Shinyaga, maar zijn uit angst voor een aanval al vier keer verhuisd. Hun treurige lot vloeit onder meer voort uit een experiment van zestig jaar geleden in het Victoriameer. In de jaren vijftig verdween vrijwel alle vis uit het meer – het grootste van Afrika en het op twee na grootste ter wereld – door watervervuiling en overbevissing. De overheid besloot toen Nijlbaars uit te zetten, een grote, vraatzuchtige vis die van nature in grote rivieren voorkomt. In de afgesloten wateren van het Victoriameer had de baars binnen de kortste keren twee- van de driehonderd inheemse soorten uitgeroeid en de andere baarsachtigen gedecimeerd. Toen er als gevolg daarvan een hongersnood uitbrak – zo’n 25 miljoen mensen zijn voor hun voedsel op het meer aangewezen – beweerden sjamanen dat amuletten met lichaamsdelen van albino’s de oplossing waren. Er ontstond een spiraal van geweld.

Rafiki, iemand die ik in Mwaza ontmoet, vertelt me dat bijna alle vissers hier naar toverdokters gaan, en dat je zonder tovenarij gegarandeerd in het water zult sterven. “Een albinogezin van zeven persponen is als een lot uit de loterij. Er zijn er heel wat die ons allemaal willen vermoorden”, zegt Charles Kulawa. Hij draagt een grote hoed om zijn gezicht tegen de zon te beschermen. Toch schieten zijn ogen snel heen en weer, alsof het kleinste sprankje licht hem al pijn doet. Hij vertelt over iemand die hem met zijn hele gezin aan een klant wilde verkopen – dood, welteverstaan. “Toen zijn we ons dorp uit gevlucht.” Nu woont Charles met zijn vrouw en hun jongste twee kinderen, van anderhalf en drie jaar, zo’n honderd kilometer ten zuiden van het Victoriameer. De oudste drie kinderen zitten in Buhangija. “Dat is voor hun eigen veiligheid, en om ze een opleiding te geven”, legt Charles uit. “Zodra de kleintjes wat groter zijn, sturen we ze ook naar het tehuis.”

Als een van de ouders het albinisme-gen draagt, is er 25 procent kans dat een kind ook albino is. Zijn beide ouders albino’s, dan is het kind dat vrijwel altijd ook. Charles en Fantom weten nog niet of ze nog meer kinderen willen, maar die komen er waarschijnlijk wel, want in Afrika is een grote kinderschaar de norm. De kinderen in Buhangija hebben voor het merendeel gewoon contact met hun ouders. Wat wel is veranderd door de voorlichtingscampagne, is dat meer kinderen in instellingen zijn geplaatst. Soms worden kinderen zonder toestemming van de ouders door de politie naar een tehuis gebracht. Maar meestal komen ze gewoon met de bus, met hun ouders, en zijn vooral hun moeders enorm opgelucht. Want een albinokind moeten opvoeden wordt beschouwd als een vloek en een schande, en het is nog gevaarlijk ook. Volgens de hulporganisatie Legal and Human Rights Centre (LHRC) zijn de afgelopen vijf jaar zeker drieduizend mensen, voornamelijk vrouwen, gelyncht op beschuldiging van hekserij. Wie een albinokind krijgt, moet wel bovennatuurlijke gaven hebben, is het idee. Een albino is het kind van een duivel.

Albino’s hebben geen natuurlijke bescherming tegen UV-straling en moeten daarom voortdurend worden ingesmeerd. Vorig jaar zijn zeven kinderen in dit tehuis aan huidkanker overleden.
De kleine Eliza is naar opvangcentrum Buhangija gebracht door haar moeder, wier nieuwe man geen verantwoordelijkheid wilde dragen voor een albinokind.

Wanneer de moeders in de brandende hitte bij het tehuis aankomen, leveren ze hun kinderen af, regelen ze de formaliteiten en gaan dan weer snel huiswaarts – meestal om nooit meer terug te komen. Dat geldt waarschijnlijk ook voor Mary Abel (20), die drie jaar geleden weduwe werd. Ze is pas geleden hertrouwd, maar haar man wil niet voor haar albinodochtertje zorgen. Terwijl de directeur van het tehuis de papieren in orde maakt, heeft Eliza (5) nog niet in de gaten dat dit de laatste momenten zijn die ze met haar moeder doorbrengt. Maar als het tijd is om afscheid te nemen, begrijpt het meisje dat ze hier wordt achtergelaten. Ze begint hartverscheurend te huilen en wil met haar moeder mee. Langzaam en zonder om te kijken loopt Mary Abel naar de poort. Dit tafereel zie ik wel twaalf keer op één dag. Kinderen die worden gestraft omdat ze wit zijn in zwart Afrika. Soms gebeurt het zonder dat er een woord wordt gezegd. Hoe jonger de kinderen zijn, hoe makkelijker het gaat, omdat ze niet begrijpen wat er gebeurt. Ik zie de kleine Eliza doelloos over het terrein drentelen, in haar mooiste jurkje, dat haar moeder haar speciaal voor het afscheid heeft aangetrokken.

Auteur Martyna Wojiechowska, hoofdredacteur van National Geographic Polen, maakte met filmer Marek Klosowicz de in Monte Carlo bekroonde documentaire The Gost People

Dit verhaal verscheen in hhet novembernummer van National Geographic Magazine. Download het tijdschrift op je tablet of iPad, of neem een abonnement

Op 25 oktober gingen Tanzanianen naar de stembus. Tijdens verkiezingen lopen albino’s nog meer gevaar in het land: politici zouden juist wel wat magie willen gebruiken om zich te verzekeren van een goede uitslag, en daarom wordt de jacht op de albino’s geopend. Zo meldde de Thomson Reuters Foundation dat de beveiliging van de albino’s werd verscherpt, nadat een 35-jarige man werd aangevallen door een groep gewapende mannen, die zijn oor wilden afhakken.

Doordat de albino’s geïsoleerd leven van de rest van de Tanzaniaanse maatschappij en vaak amper de straat op durven, zijn er bovendien zorgen dat zij maar moeilijk hun stem kunnen uitbrengen in de verkiezingen zelf, waarmee mogelijk ook hun belangen niet worden gerepresenteerd in de politiek.


Bekijk ook

Ads for you!

Beste bezoeker,

We zien dat je waarschijnlijk een adblocker of andere software gebruikt die onze banners ontregelt.
Dat vinden we jammer, hiermee missen we inkomsten voor onze site die we hard nodig hebben.
Merk daarom onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Dankjewel voor je tijd.
National Geographic Nederland/België

Sluiten